Financiering

Schatkistbankieren

Om de staatsschuld te beperken moeten gemeenten tijdelijk overtollige, liquide middelen aanhouden in de schatkist bij het Rijk of uitzetten bij medeoverheden. Om het cashmanagement van de gemeenten niet te verstoren mogen de gemeenten een relatief beperkt positief saldo op de bankrekeningen aanhouden. Gemiddeld per kwartaal mag dit saldo niet meer zijn dan een vastgesteld drempelbedrag. Het drempelbedrag is gerelateerd aan de omvang van de totale begroting: 0,75% over de eerste schijf van € 500 miljoen en 0,2% voor alles daarboven.

Bedragen x € 1.000

Drempelbedrag Schatkistbankieren 2021

Begrotingstotaal

516.175

Wettelijk percentage

0,8%

Drempelbedrag

3.871

Begin juli 2019 heeft de minister van Financiën de toegezegde beleidsdoorlichting van artikel 12 schatkistbankieren en betalingsverkeer Rijk aan de Tweede Kamer gezonden. Deze doorlichting fungeerde ook als basis voor de evaluatie van de wijziging van de Wet fido uit 2013, het verplichte schatkistbankieren. Ondanks een oproep van de VNG-IPO-UVW tot het uitzetten van de "knop verplicht schatkistbankieren" bij een bereiken van een houdbare overheidsschuld, houdt het kabinet vast aan het verplichte schatkistbankieren voor decentrale overheden. Om decentrale overheden met structurele schulden en slechts incidentele middelen toch tegemoet te komen denkt het kabinet aan een eventuele verhoging dan wel andere berekening van het drempelbedrag. Het tijdstip van eventuele aanpassing van het drempelbedrag is op het moment van opstellen van deze begroting nog steeds niet bekend .

Deze pagina is gebouwd op 01/08/2021 08:38:05 met de export van 01/08/2021 08:24:15